Chili-Sin-Carne Zonder Vlees

Chili Sin Carne diner zonder vlees

Regelmatig las ik vleesloze dagen in. Zo’n drie van de zeven wekelijkse dagen eten wij geen vlees. Het besef van minder (vooral rood) vlees eten is gekomen in 2013. Mijn echtgenoot had destijds nogal wat darmproblemen. Sindsdien doen wij dat. Eigenlijk bevalt het ons prima en zijn we een paar dagen van de week vleesloos.


Af en toe stuit ik op bijzondere lekkere recepten zonder vlees. Onderstaand recept van Chili Sin Carne Diner Zonder Vlees  wil ik graag met jullie delen. Het is een makkelijk en voedzaam recept. De bruine bonen, kapucijners en tempeh zijn uitstekende vleesvervangers. Tempeh is een sojaproduct gemaakt van hele sojabonen die men laat fermenteren. Het is erg lekker om de Tempeh een poosje in de marinade te zetten. Het neemt de smaak heel goed op en het gerecht wordt er lekkerder door. Tempeh zelf heeft een uitgesproken smaak wat niet iedereen waarderen kan.

Chili Sin Carne Diner Zonder Vlees!     
Print Friendly, PDF & Email

Boodschappenlijstje Chili Sin Carne Diner Zonder Vlees

500 g droge bruine bonen of 2 blikken gare bonen of kapucijners
1/2 tempeh in blokjes
1 paprika
1 ui
2 teentjes knoflook
olijfolie
chilipoeder
nootmuskaat
peper
peterselie
keltisch zeezout
blikje tomatenpuree

Bereidingswijze Chili Sin Carne Diner Zonder Vlees

Laat gedroogde bonen of kapucijners een nacht weken in water met een beetje zout en kook ze in het weekwater in ongeveer 1 uur gaar. Snijd de tempeh (een sojaproduct) in  blokjes en bak ze even in olie tot goudbruin. Haal ze uit de pan en laat ze uitlekken op keukenpapier. Maak de paprika, knoflook en de ui schoon en snijd ze klein. Fruit de paprika, knoflook en de ui lichtbruin in de olie. breng het mengsel op smaak met chilipoeder, nootmuskaat, peper en zout. Roer de tomatenpuree erdoor. Doe de tempeh-blokjes en de uitgelekte bonen erbij en maak alles nog even goed warm. Snijd de peterselie fijn en strooi dit over het gerecht. Serveer de Chili Sin Carne met een steetje speltbrood.

Eet smakelijk!

Bron: Het groot gezondheidsboek