Maanzaad als smaakmaker

Maanzaad

Maanzaad eten als smaakmaker

De Latijnse plantennaam voor Maanzaad is Papaver Somniferum, de bloemen zijn vaak blank of licht violet van kleur.  De plant komt o.a. veel voor in Neder-Oostenrijk in Thüringen, in Hongarije en vooral in de dalen van Macedonië. De meeste van deze papavervelden worden aangelegd voor het witte melksap uit de onrijpe zaadbollen, waaruit opium en de daarvan afgeleide pijnstillende en verdovende middelen als morfine en codeïne worden bereid. Worden deze zaadbollen volkomen rijp, dan verdroogd het sap en hoort men in de bollen maanzaad, kleine blauwgrijze korreltjes, rammelen. Dit zaad bevat geen opiumsporen meer.



Maanzaad moet al gebruikt zijn in het Neolithicum, de nieuwe steentijd. De zaadjes zijn bij paalwoningen gevonden en waarschijnlijk voor hetzelfde doel als waarvoor ze nog steeds worden gebruikt: om brood lekker te kruiden. In Nederland is maanzaad nooit veel gebruikt, maar in Midden- en Oost Europa daarentegen heel veel. Vooral als smaakmaker op brood en als vulling voor gebak en dan vaak samen met honing.

De aromatische nootachtige smaak ontwikkelt zich pas bij het bakken, hetzij in de korst van brood, hetzij gemalen en dan samen met honing en boter als vulling voor koekjes, hetzij even meegebakken als saus over vis, macaroni of groenten.

Maanzaad van de Papaver Somniferum
De Papaver Somniferum kunt u zelf in de tuin kweken om zelf blauwmaanzaad te winnen uit de rijpe zaadbollen.